Venlo deel 2

WANDELROUTE VENLO deel 2
Maaskant en Stadhuis

Na nieuwe kracht te hebben verzameld sla je rechts de voornaamstre Venlose winkelstraat in, de Vlees-straat. We maken er geen trip langs etalages van, al de eerste straat links slaan we in, de Hoogstaat. Die brengt ons naar een pleintje.

KWARTELENMARKT
Al vanaf de middeleeuwen wordt hier markt gehouden. Daar worden ook kwartels verkocht, weidevogels die in zuidelijke landen overwinteren.
Vandaag een gezellig pleintje, maar vroeger een naamloze vlakte, waar tot halfweg 19de eeuw nog een graan- en pepermolen oprees. Pas sinds 1944 heet het hier Kwartelenmarkt. 

Kijk even tussen de terrasstoelen om een enigszins merkwaardig standbeeld te ontdekken. Ook de naam heeft zijn verhaal.

SCHINKEMENKE Kwartelenmarkt
In 1953 giet Venlonaar Jac van Rhijn deze replica als eerbetoon aan een eeuwenoud fonteinbeeldje van een geharnaste Venlose stadswacht.

Het origineel stond al in 1617 voor het stadhuis op een fontein in Italiaanse renaissancestijl. Erycus Puteanus, je kent hem al, Erik van der Putte, was de ontwerper, Gregorius Schissler mocht hem beeldhouwen. Toen in de 18de eeuw die fontein afgebroken werd, bleef het beeldje behouden en het werd in een nis aan de achterzijde van het stadhuis geplaatst.

Dat oorspronkelijke beeldje hield in zijn rechterhand een schild met het stadswapen. Maar dat was in de loop der jaren heel erg beschadigd. Mensen die er voobij kwamen dachten dat het ging om een man met in zijn hand een ham, een schink op z’n Venloos. Zo komt het beeldje dus aan zijn naam.

Graag werd erbij verteld dat het beeld een dankbare herinnering was aan een 15de-eeuwse hongersnood, waarbij boeren uit Neer hammen en graan naar de stad brachten.

Op deze Kwartelenmarkt staat het Schinkemenke op een waterspuwende schildpad. Het originele beeldje is nu te zien in het Limburgs Museum.

Op de hoek met de Jodenstraat zie je een van de oudste huizen van Venlo.

ROMERSHUIS Kwartelenmarkt 1 / Jodenstraat.
De schepenenfamilie Romers laat in 1521 de gevel bouwen die je nu ziet. De woning erachter was nog ouder, van 1485. En het achterhuis met een houten vakwerkgevel is mogelijk zelfs 14de-eeuws, wat dit gebouw tot een voorbeeld maakt van de overgang van houten naar stenen huizen.

Sinds 1925 is het Romershuis eigendom van de Amsterdamse Hendrik de Keyser vereniging. Die koopt in allerlei steden oude gebouwen, om ze dan te restaureren. Dat gebeurde hier tussen 1938 en 1941. Na de bombardementen op Venlo tijdens de Tweede Wereldoorlog is in 1950 die schade ook weer hersteld.

Voor die oorlog maakte dit huis nog deel uit van een gesloten huizenrij. Pas na aanleg van de Kwartelenmarkt in 1944 werd het een hoekhuis, al lijkt dat op het eerste gezicht amper denkbaar.

We slaan bij het Romershuis de Jodenstraat in, maar niet zonder eerst stil te staan bij dat merkwaardige beeldje op de hoek met de Wijngaardstraat.

PIENDA WULLEM
klinkt gemakkelijker dan ’s mans echte naam: Tsen Koa Pai. Geboren in China in 1892 arriveert Tsen in 1937 in Venlo en is daar de eerste Chinees die ze er zien. Hij verkoopt Chinees aardewerk en oosterse wandkleden. Maar na de Tweede Wereldoorlog is daar geen markt meer voor en schakelt hij over op gebrande pinda’s en snoep. Tsen prijst zijn waar aan door regelmatig te roepen ‘Pienda, pienda, lekka, lekka!’ en is te vinden waar veel volk samenkomt: danszalen, thuiswedstrijden van de Venlose voetbalclub … Uitgedost met een opvallend hoedje en een te krap jasje. Het was een publiek geheim dat de tas waarin zijn pinda’s en snoep zat een dubbele bodem had, waaronder condooms verstopt zaten.

Het branden van pinda’s deed hij zelf onder het pannendak van zijn logement, uiterst gevaarlijk dus. In 1956 laat hij zich plots dopen, hij is dan al bijna 65. Aan het eind van zijn leven woont Pienda Wullem bij vrienden in het Duitse Eberfeld nabij Wuppertal, waar hij in 1965 overleden is.

Oorspronkelijk stond hier een Pienda Wullembeeld van Hay Mansvelder, maar dat is in 1965 gestolen, waarna Hans Reijnders een nieuw heeft gemaakt. Amsterdammer Hans is begin jaren 1980 naar Venlo gekomen.

                               WALK OF FAME
Pienda Wullem hoort bij een drietal beeldjes van  legen- darische volksfiguren. De in oktober 2016 opgerichte    Stichting Bronzen Beelden Venlo is nog meer beeldjes gaan plaatsen om van de straat waar je nu in verder wandelt een Venlose ‘Walk of Fame’ te maken. Deze nieuwe beeldjes zijn echter niet zozeer volkstypes als  wel verdienstelijke Venlonaren, die in het stedelijke  leven een culturele of publieke rol hebben gespeeld.

Wandel vanaf de Kwartelenmarkt de Jodenstraat in.

JODENSTRAAT
Een zeer oude straat, die al sinds 1364 bestaat. Maar hier zijn zelfs Romeinse sporen gevonden uit de eerste eeuw na Christus.

Valuas – je ontmoette hem al – sticht volgens de legende als hoofdman van de Bructeren rond 96 in deze buurt zijn Vrijburcht. Maar de huidige straatnaam verwijst naar joden die al in de 14de eeuw in Venlo woonden.

Je hoeft al niet ver te gaan om een tweede volksfiguur te ontmoeten.

MAROKKO voor nr. 1
Gerard van den Akker, geboren in 1887 als zoon van een marskramer, tekent jaren later voor het Franse Vreemdelingenlegioen. Zo komt ‘Sjraar’ in Marokko terecht, waar hij om onbekende redenen tot twee jaar dwangarbeid wordt veroordeeld. Hij loopt daarbij een tropensyndroom op door de brandende zon.

Stok vol herinneringen
Terug in Venlo in 1927 gaat hij samen met Mie de Koekoek hier vlakbij in de volkswijk ’t Hetje wonen. Als Mie overlijdt vindt Sjraar onderdak in logement De Paraplu hier aan de Jodenstraat. Hij zwerft vaak door de straten met een wandelstok vol medailles, munten en penningen als teken dat hij op veel plaatsen is geweest, iets dat toen, zeker voor volksmensen, zeer uitzonderlijk was.

Attaloef !
Met zijn grote gestalte boezemt Sjraar veel kinderen angst in, zeker als hij daarbij ‘Attaloef’ roept, waarvan niemand de betekenis kende. Ook riep hij wel ‘Maroque’, vandaar zijn bijnaam. Bang voor geesten sloeg hij met zijn stok op zijn rug en smeerde zich met spiritus in.    

Wanneer Sjraar op een keer op café zijn rekening niet kan voldoen, verkoopt hij zijn wandelstok aan de cafébaas voor 150 gulden en een rondje voor het hele café. Die stok ligt nu in het Limburgs Museum.

Wandel wat verder, dan zie je links een nogal aparte winkel, op nr.32: ’t Versierhoes, een zaak in feest- en carnavalsartikelen. Aan de overzijde van de straat zie je het borstbeeld van de stichter:

GEER VAN DER VEER tegenover nr. 32.
Bekijk vooral de beide niet even lange bakkebaarden van deze in 1933 geboren Venlonaar. Nog net voor zijn overlijden op 3 november 2019 kon Ann Hermans hem laten poseren en juist die bakkebaarden waren voor haar de reden om van hem geen stand- maar een borstbeeld te maken.

Alhoewel, wie Geer nog door de binnenstad heeft zien fietsen, kreeg een allesbehalve doodgewone man te zien. Opvallend en kleurrijk gekleed met driekwart broek en een uitbundige hoed als een levende reclame voor zijn zaak. Van der Veer nam vaak het initiatief voor een evenement en was voorzitter van de Stichting Bronzen Beelden, die hem hier dus zelf vereeuwigd in  ’t baelde-sträötje van Venlo.

Enkele passen verder ontmoet je opnieuw een volksfiguur.

BAER DE WOERS voor nr. 28.
De bijnaam van de in 1843 geboren Lambert Francken. Hij was beheerder van de stedelijke vuilnisbelt, dus zag men hem doorgaans in werkkleding. Maar in zijn vrije tijd dost hij zich af en toe zeer chique uit: lange zwarte jas met pochet, witte broek, wit overhemd met stropdas, vest met horlogeketting, strooien hoed en hoge zwarte schoenen. En dan doorspekte hij zijn conversatie met Franse uitdrukkingen: Anvers-Paris, La Belgique à bonheur, nondedju …

Baer is gewoon dialect voor Lambert, woers is worst in het Venloos. Die had Baer thuis met touwen aan het plafond hangen om te voorkomen dat de ratten ermee weg waren.

Venlonaar Hay Mansvelders maakte dit beeld van deze al in 1916 overleden volksfiguur. Hay werkte aanvankelijk voor de Beeldenfabriek Sint-Jozeph, waar het vooral religieuze beelden betrof. Later werd Mansvelders medeoprichter van de Venlose Vrije Academie.

Nu komen we  weer aan een recente culturele figuur.

FRANS BOERMANS voor nr. 14
Niet iedereen kent deze in 1917 geboren Limburgse woord- en toonkunstenaar van naam, maar kent zeker wel een van zijn liedjes: ‘Och was ik maar bij moeder thuis gebleven’, populair gemaakt door Johnny Hoes. In het Theater De Maaspoort is er een Boermanszaal. Dit standbeeld uit 2018 is van de Maasbreese kunstenares Ann Hermans.

Voor we bij het zesde en laatste beeldje komen passeer je links de Kolenstraat met meteen op de rechterhoek:

MARIABEELD
Dit beeld herinnert aan de geallieerde bombardemen-ten op Venlo en Blerick in 1944. Feitelijk waren de Maasbruggen het doelwit, maar bewolking hinderde een nauwkeurig zicht daarop, met fatale gevolgen. Maar niet voor dit beeld, dat ongeschonden tussen het puin werd teruggevonden.

Rest je nog één ontmoeting:

SEF CORNET voor nr. 4.
Geboren in Venlo in 1898 wordt Cornet later de grondlegger van de Venlose revue. Hij schrijft teksten, waarbij zijn broer Mathieu liedjes componeert.
Sef speelt ook zelf de hoofdrol in zijn eerste revue, die in 1920 in première gaat, opgevoerd door leden van de sociëteit Elf-Elf.
Maar de bloeiperiode van de Venlose revue valt na de Tweede Wereldoorlog als de mensen vooral naar vrolijkheid snakken.

Naast tekstschrijver voor zijn revue is Cornet ook ‘buuttereedner’, wat inhoudt dat hij tijdens de carnavalsperiode – die hier al stilletjes aan begint op 11 november – komische toespraken houdt vanuit een ton of op een podium, waarbij de draak wordt gestoken met lokale toestanden en personages. Uiteraard is Sef ook lid van de Raad van Elf van de vastenavondsociëteit Jocus. In het dagelijks leven was Cornet caféhouder.

Utrechtse Limburger Charles Dumernit is de beeldhouwer van deze culturele figuur. Hoofdthema van de in 2019 in Sittard overleden Dumerit was ‘de strijd tegen de haast’, hetgeen lijkt op de Venlose wapenspreuk ‘Festina Lente’.

Aan het eind van de Jodenstraat sta je opnieuw op een plein.

OUDE MARKT
Deze plek behoort tot de oudste delen van de stad en gaat als naam terug tot 1387. Rond 1900 wordt hier de biggenmarkt gehouden, vanaf 1905 ook de manu-facturenmarkt.
De wijk werd destijds Klein Italië genoemd.

Je kijkt nu recht op het grootste theater van Venlo.

MAASPOORT Oude Markt 30.
Het op 24 augustus 1984 geopende Cultuur- en Congrescentrum spreidt zich breed uit langs een hele wand van dit plein en is meteen het visitekaartje voor de Venlose stadsvernieuwing langs de Maasoever. De naam verwijst naar de rond 1887 gesloopte stadspoort, waardoor je hier de rivier kon bereiken.

Er zijn drie theaterzalen: Helazaal met 760 zit- of 1500 staanplaatsen, Frans Boermanszaal met 350 zitplaatsen en genoemd naar een van de personages die je zojuist hebt ontmoet in die Walk of Fame en de kleinere Piet Kingmazaal met 200 zitjes of 400 staanplaatsen. Daarnaast zijn er nog vier vergader-ruimten, de Ballerina-, Grime-, Première- en Koperen Keeszaal.

Zoek de god op het terras.

ORPHEUS Oude Markt Maaspoortzijde.
De Griekse god van de muziek kan de dood van Eurydice niet verwerken en zoekt haar in de onderwereld, waar Hades regeert. Die raakt onder de indruk van Orpheus’ gezang en hij mag Eurydice meenemen naar de aardse oppervlakte op voorwaarde dat hij niet zal omkijken. Bijna boven kijkt Orpheus nog eens bezorgd naar Eurydice achter hem en laat haar daardoor voorgoed in de onderwereld verdwijnen.
Maastichtenaar Fons Bemelmans heeft die Griekse god hier in 1985 een terrasje laten doen.

Opheus bijna zelf de dieperik in.
Na de bouw van de Maaspoort is het Oude Marktplein opgeknapt. Onder meer met een verlaagd middengedeel te, dat al snel de bijnaam zoepkoel  (zuipkuil) meekreeg. In 2009 is het plein opnieuw op dezelfde hoogte gebracht met de rest van de Oude Markt, maar dat had tot gevolg dat de sokkel van Orpheus in de ondergrond verdween. Gelukkig is het in Venlo enkel bij die sokkel gebleven.

Ga voor de Maaspoort langs naar links en wandel rechtdoor via Op de Miste naar de Havenkade. Voor je zie je dan een brug die de passantenhaven voor jachten overspant. Ga daar overheen en je belandt op de Kop van Weerd.

KOP VAN WEERD
In de Middeleeuwen was de Weerd een eilandje in de Maas nabij de Venlose laad- en losplek. Dat is in de 18de eeuw met de Maaskade verbonden door lage stukken in de rivier op te hogen met puin, waardoor het bastion Le Roy ontstond als onderdeel van de vestingwerken.
In de 19de en 20ste eeuw maakt de Kop van Weerd deel uit van de haven met volkswijk ’t Hetje.
Nadat in de jaren 1960 de bedrijfsterreinen buiten het stadscentrum worden aangelegd wordt de Kop van Weerd een parkeerplaats. Bij de recente aanleg van het nieuwe winkel- en recreatiegebied Maasboulevard veranderde de Kop van Weerd in een parkje met zicht op de passantenhaven.

Een recent standbeeld dat bijna weggelopen was.

DE VREEDZAME KRIJGER Kop van Weerd
Rik van Rijswick uit Tegelen is de schepper van deze krijger die met zijn opgeheven hand een halt toeroept aan het huidige dagelijkse gebeuren. Het moet anders in onze wereld.
Dit kunstwerk is in 2015 geplaatst, maar er ontstond discussie over de aankoopprijs met het stadsbestuur. Dat moet anders, dacht Rik en haalde prompt het beeld weer weg. Gelukkig vierde het Venloosch Vastelaoves Gezelschap juist zijn 176ste (16 x 11) bestaansjaar en daarom gaf Jocus in 2018 dit beeld als verjaardagscadeau aan de Venlonaren.

Terug via de brug en Op de Miste om rechtdoor langs de Maaspoort naar de Steenstraat te gaan. Sta daar even stil bij een huis links op nr. 2.

GELE MARGARINE EN FOTOKOPIEËN
Op dit adres wordt op 8 april  1831 Louis van der Grinten geboren en hij zal er in 1857 een apotheek openen. Maar hij houdt het niet bij geneesmiddelen. Hij vraagt zich af waarom de in die dagen geïntroduceerde margarine zo’n witte kleur heeft en niet op echte boter lijkt. Na veel experimenteren slaagt Louis er in de jaren 1870 in om een kleurstof te ontwikkelen waarmee margarine meer op boter gaat lijken. Dat product vindt gretig aftrek bij margarinefabrikanten.

Ohne Componente
Zoon Frank en diens zonen zullen een bedrijf stichten dat zich ook zal toeleggen op het kopiëren van documenten. Eerst met blauwdrukpapier, dan via een halfdroog systeem onder de merknaam Océ (Ohne Componente), om uiteindelijk onder de naam Océ Van der Grinten elektrostatische fotokopieermachines te produceren. Sinds 1 januari 2020 is dat een onderdeel van Canon.

Enkele stappen verder sta je op de Markt.

STADHUIS Markt.  
Dit fraaie renaissancegebouw is hier tussen 1597 en 1600 neergezet door Willem van Bommel uit het Duitse Emmerich. In de ongelijke hoektorens wisselen witte zandsteen en rode baksteen elkaar af. Op de linkertoren een zonnewijzer, op de rechter een klok. Lopen ze gelijk? In 1608 komen de trappen en het balkon erbij, meer dan eeuw later – in 1735 – ook nog het baldakijn erboven. Bij de restauratie van 1883 zijn er heel wat extra tierlantijnen aangebracht op het gebouw.

Bekende portretten
Vier medaillons onder de dakrand tonen v.l.n.r. vier Venlose gezichten: klokkengieter Jan van Venlo, humanist Erycius Puteanus, penningkundige en kunstschilder Hubert Goltzius en kunstschilder Jan van Cleef. Wellicht zijn er vandaag weinig Venlo’ers die je er meer over kunnen vertellen…

Drie wapenschilden brengen je naar steeds grotere gebieden: Venlo, Hertogdom Gelre, de Verenigde Nederlanden. Deze stad behoorde ooit tot beide laatste gebieden, maar nu tot de provincie Limburg.

Klok kijken met Adam en Eva
De vele glas-in-loodramen dragen de familiewapens van heel wat stadsbestuurders. Binnen kom je een Adam-en-Eva-klok uit 1716 tegen en goudleerbehang uit 1734. In de parterre de restanten van een ‘steenen huys’ uit 1374, dus een voorganger van dit stadhuis.

En daar is hij dan …

JOCUSHAAN rechts voor het stadhuis
De hardere versie van de haan van carnavalsvereniging Jocus, waarvan je het museum al hebt gezien en de grote, luchtigere haan bij het begin van deze Venlose wandeling.  Vroeger stond deze haan dichter bij het café In den Dorstigen Haen, zowat recht tegenover het stadhuis.

Wandel je voor dat café rechtuit verder, dan kom je meteen in de Gasthuisstraat. Loop die straat nog niet meteen in, want rechts op de hoek met de Vleesstraat staat het oudste huis van Venlo.

OUDSTE HUIS VAN VENLO
Gasthuisstraat 2.
Als je hoort dat dit huis uit 1344 stamt, terwijl het lijkt of het hele gebouw op dat ene sprietige hoekpaaltje steunt, zou je je bijna snel uit de voeten maken voor het instort.

Maar dat jaartal slaat op ontdekte sporen van voorgangers die nog aanwezig zijn in het huidige pand.
Wat je vandaag vooral ziet is een neoklassieke gevel met boven elkaar liggende ramen omgeven door hoog oprijzende bogen.

De echte sterkhouders zijn hier vandaag Cees en Desiree Lensen, die zich specialiseren in Cubaanse en Dominicaanse sigaren, maar ook nog keus bieden voor wie zijn gezondheid lief is.

      Beschermde straat
      De Gasthuisstraat is onder een andere naam ontstaan          als handelsroute richting Maas en wordt door het                  Venlose stadsbestuur de meest middeleeuwse straat            van Nederland genoemd. Meteen een reden om sinds             23 augustus 2011 de complete Gasthuisstraat als                 monument te beschermen.

Eerst iets over deze straat.

SINT-JORISGASTHUIS
Vanaf 1375 wordt hier aan de linkerkant van de straat een toen zogeheten gasthuis opgericht. Gasthuizen waren de voorlopers van onze bejaardencentra, daar konden zieke en oudere Venlose burgers terecht. Weliswaar niet in aparte kamers, er was doorgaans één lange zaal met haaks op de wanden de bedden met soms nog een kist voor persoonlijke bezittingen. Rondom elk bed een gordijn als enige privacy.

Zo’n gasthuis kon ook beperkt onderdak bieden aan pelgrims op weg naar een of ander heiligdom, met als bekendste het Spaanse Sint-Jacob in Compostella.

Bij een gasthuis hoorde ook een kapel, hier in 1385 gebouwd aan het eind van de zaal zodat zieken ook de mis konden bijwonen vanuit hun bed. Bij de sloop van het gasthuis in 1626 is die kapel gespaard omdat hij ook nog doorlopend werd gebruikt door gelovigen van buiten het gasthuis.

Wandel de gasthuistraat nu rustig uit en bekijk de linkerzijde.

Van Gasthuis tot Gereformeerde Kerk
Eerst passeer je een gebouw met vensters die bovenaan rond gebogen zijn. Die markeren een gebouw dat min of meer ‘nieuw’ is te noemen, in 1719 opgetrokken onder leiding van architect Plenus van Bolnes, die daarvoor helemaal uit Dordrecht kwam. Hij was ingehuurd door Venlose gereformeerden die de resterende kapel in 1702 hadden gekocht. Die uitbreiding hield meteen de afbraak in van enkele panden in de Gasthuisstraat, waarvan de kelders nog steeds onder dat nieuwe kapelgedeelte aanwezig zijn.

Waar de ramen bovenaan spits toelopen kom je aan die oorspronkelijke gasthuiskapel uit 1835. 

Nu kom je uit op een knooppunt van vijf straten: Gasthuisstraat, Sint-Jorisstraat, Grote Kerkstraat, Parade en Begijnengang.
Wie in sprookjes geloofd of van muurschilderingen houdt slaat de Begijnengang aan je rechterhand in.

STADSBIBLIOTHEEK Begijnengang 2.
Een beeldhouwer die niet kan stilzitten, uuuuren kan doorgaan met hakken en als woning annex atelier een oud klooster heeft. Dié Hans Reijnders heeft in 1994 voor deze boekentempel een reeks kleine beelden gecreëerd die je even naar de sprookjeswereld mee-nemen. Zeven mijlslaarzen, de zeven geitjes, een kikker, een muiltje op een trap …

Iets verderop, net om de hoek met de Kruisheren-straat, zie je dat cultuur ook abstracter kan:

HET CULTUREEL STREVEN NAAR HOGERE WAARDEN Zijkant Stadsbibliotheek.
Hier heeft Venloënaar Jac Schragen zijn visie op cultuur neer kunnen hangen.

Maar wellicht is je aandacht meer getrokken naar die muurschildering achteraan deze straat.

SINT-NIKLAASKERK Kruisherenstraat.
In 1344 is er voor het Venlose schippersgilde in de nabije Klaasstraat een kapel gebouwd, toegewijd aan hun patroonheilige Sint-Nicolaas. De schippers staan hun kapel in 1399 af aan het kruisherenklooster, dat zich ooit uitstrekte tussen de Gasthuisstraat en de Klaasstraat. Een mooie schenking, maar hun patroonheilige staat natuurlijk ook bekend voor het geven van cadeautjes.

Enkele eeuwen later, In de Franse tijd, wordt die kerk als magazijn gebruikt. Maar weer een eeuw verder restaureren de beroemde Roermondse architect Pierre Cuypers en de Venlose stadsbouwmeester Johan Kayser het gebouw. Zo kan dat in 1897 gaan dienen als hulpkerk voor de Sint-Martinusparochie, die de volledige binnenstad omvat. Wat een Franse bezetting niet lukt, daarin slaagt de Tweede Wereldoorlog, een brand verwoest de hele Klaaskerk. Ger Janssen, je kent hem ondertussen, laat die kerk hier tweedimensionaal herrijzen.

Wandel terug naar het stratenknooppunt bij de Joriskerk. Daar zie je op de rechterhoek met de Begijnengang een café met een stomende naam.

LOCOMOTIEF Parade 2.
Vreemd, een café met zo’n naam, terwijl er geen station noch een spoorlijn in deze omgeving te bekennen valt. De verklaring: in de jaren 1930 floreert hier een rijwielhandel waar fietsen van het merk Locomotief te koop zijn.

Vandaag wordt hier vaak massaal stoom afgeblazen, maar ook dat heeft een historische connectie. Al in 1783 huist hier een brouwerij, die kort voor 1800 wordt overgenomen door Jan Christian Verzijl en bekend staat als ’t Reipke, Venlo’s dialect voor hoepel.

De laatste brouwer Antoon De Rijk introduceert hier het eerste Venlose bier in flessen. Antoon schakelt in 1910 over op ondergisting, waarna zijn Pilsner en Münchner populair worden. Als tijdens de Eerste Wereldoorlog de toevoer van hop en brouwgranen stilvalt, wordt ook De Hoepel stilgelegd. Maar zoals je ziet, het bieraanbod niet.
Klik voor deel 3

Foto’s Danielle Janssens – Tekst Frits Schetsken

Opmerkingen, verbeteringen of aanvullingen zijn zeker welkom via mail of schriftelijk:
frits.schetsken@telenet.be / Frits Schetsken, Everdijstraat 5 bus 3, B-2000 Antwerpen, België.