WANDELROUTE VENLO deel 3
Basiliek en Gelderse Poort
Ga rechtdoor de Grote Kerkstraat in. Meteen links nog een van de oudste huizen van Venlo.
HUIZE SCHREURS (o.a. ’t Boekhuis)
Grote Kerkstraat 19-21.
Een woonhuis dat tot de oudsten van Venlo behoort. De familie Schreurs, ook wel Vogelsanck genoemd, laat dit renaissancegebouw in 1588 neerzetten op wat sinds 1492 al bekend staat als het erf van Jennekens Voigelsanck. Op de gevel het alliantiewapen (wapenschilden van beide families samen) van de families Oeijen-Boener en twee borstbeelden.
Sinds 1987 is ook dit historische huis eigendom van de Amsterdamse vereniging Hendrick de Keyser, die het in 1993 heeft gerestaureerd.
Enkele huizen verder:
WEESHUIS Grote Kerkstraat 27-29.
Het echtpaar Johan De Verwer en Anna Ingenhuys maken in 1577 hun bezittingen over aan de Venlose wezen en naast de stedelijke Latijnse School wordt dit gebouw tot weeshuis bestemd.
‘Werpt voorden weisen wat in,
so voel u Godt gift in den Sin’.
Die tekst lees je bij een oud kledingluik, dat naar de zijgevel van dit huis is verplaatst. Een 17de-eeuws Kringloop-idee. Het reliëf toont een man die kleren geeft aan drie naakte wezen.
Vanaf 1960 vestigt zich hier drukkerij Wolters-Van Wylick, met een pakhuis in nr.29, dat ook een tijdlang de kapel van het weeshuis is geweest. Boven de deur een kleine nis met het beeldje Moeder en Kind van Hildo Krop.
ALT WEISHÔES Grote Kerkstraat 31.
Twee klokgevels in Gelderse renaissancestijl oorspronkelijk gebouwd tussen 1611 en 1619 als Latijnse School, wat te vergelijken met een huidige middelbare school met Latijnse en Griekse lessen.
Maar waar je nu naar kijkt is een herbouw uit 1925 door stadsbouwmeester Jules Kayser. Links van de ingang woonde de koster, rechts de onderwijzer. De klaslokalen waren om de hoek.
Als die Latijnse School in de 19de eeuw naar elders verhuist, trekken de wezen in deze vroegere school, vandaar die naam ‘Alt Weishôes’. In 1832 telt dit weeshuis 23 meisjes en 16 jongens, strikt van elkaar gescheiden levend. De jongens leren een ambacht, de meisje worden onderwezen in het huishouden doen. Allebei moeten ze op hun 18de op eigen benen kunnen staan, want dan verlaten ze het weeshuis. Zodra er geen wezen meer zijn worden ze vervangen door bejaarden en dat tot 1960.
GROTE OF SINT-MARTINUSBASILIEK
Grote Kerkstraat 40.
Begonnen als een gotische hallenkerk – drie even hoge beuken in de lengte – waaraan tussen 1410 en 1610 is gebouwd. Maar in oktober 1944 breekt er door een bombardement brand uit in deze kerk. Die zorgt ervoor dat de toren in november 1945 alsnog instort. Kommer en kwel dus, maar na WO II wordt deze kerk herbouwd door Jules Kayser met in 1953 de inwijding van een nieuw carillon in de nieuwe toren.
Links van de kerk zie je nog de oude kerkpoort uit 1777 van het kruisherenklooster aan de Begijnengang, dat in de Tweede Wereldoorlog afbrandde. Je hebt de muurschildering van hun kerk daar gezien.
Basiliek
Sinds 2018 is deze kerk verheven tot basilica minor, een eretitel voor kerkgebouwen. Dat ‘minor’ (kleine) geldt voor het merendeel der basilieken, alleen enkele basilieken in Rome zijn ‘major’. In elke basiliek zie je nabij het hoofdaltaar links een soort parasol – het conopaeum – en rechts een klokje, het tintinnabulum. De parasol heeft de oude pauselijke kleuren rood en geel van voor de tijd van Napoleon – nu is dat blauw en geel.
Interieur
Raak je binnen, dan valt er onder meer te zien: een gebeeldhouwde preekstoel anno 1701, 15de-eeuwse koorbanken van Herman de Potter, het schilderij ‘Boodschap des Engels’ van Jan van Cleef en het hoofdaltaar van kapelaan Jos Windhausen. En dankzij Wereldoorlog II moderne glasramen van Charles Eijck en Daan Wildschut.
Maar er is ook een glazen reliekschrijn, waarin je een kistje ziet staan met daarin een klein stukje van de originele mantel van Martinus, de patroonheilige van de kerk. In het Latijn is zo’n mantel een kappa en daar is dan weer het woord ‘kapel’ van afgeleid, vaak een ruimte mooi rondom een heiligenbeeld.
Sla schuin rechts de Kleine Kerkstraat in, die je naar de Gelderse Poort brengt.
Van een stadspoort op de weg naar hoofdstad Geldern is allang geen sprake meer, het is nu een winkelstraat die uitkomt op een plein. Vandaag staat deze buurt bekend als Duitse Hoek, omdat veel Duitsers hier inkopen komen doen. Maar dit is ook een laag gelegen gebied, waardoor zich hier regelmatig overstromingen voordoen.
PRINS HENDRIK Gelderse Poort 7.
Een café-restaurant naar Parijs’ voorbeeld met een barok torentje, genoemd naar de echtgenoot van koningin Wilhelmina.
Binnen zijn de plafondschilderingen heel bijzonder, met typisch Venlose wijsheden als ‘Venlo’s beer veur alles good, gif zelfs de groëtste bangoër mood’ of ‘Ein good glas alt verfrist de kop en wekt tot vreugde in ’t laeve op’. Dit plafond is een meesterproef van vaklui en daarmee een juweel van interieurkunst met die allegorieën op het drinken. Overdag wel moeilijker te lezen zonder dat er licht op schijnt.
In dit rond 1900 gebouwde café adverteert kastelein Jean Atgier dan wekelijks dat hier gekiend wordt met als inzet wild, peperkoek of speculaas.
Koninklijk bezoek
De naam van dit café-restaurant is ook niet helemaal toevallig. Op 17 juli 1903 brengen koningin Wilhelmina en prins Hendrik een eerste officieel bezoek aan Venlo. We hebben al gewezen op de overstromingen die zich hier kunnen voordoen en jawel, in 1926 komt dit koninklijke echtpaar terug naar Venlo, waar ze een boottochtje maken in gezelschap van de burgemeester door ondergelopen straten in Venlo en Blerick.
Maar een derde bezoek, ditmaal van prins Hendrik alleen, volgt op maandag 8 september 1930. Hij arriveert om 15 uur om een uurtje later een lint door te knippen dat gespannen is over de nieuwe haven die in 1929 en 1930 aangelegd is. Na de opening wordt dat lint snel uit het water gevist en in veel kleine stukjes geknipt en die worden aan de Venlose meisjes gegeven om als strikken in hun haar te dragen. Zeg niet dat hergebruik iets van nu is.
Stap het plein over, waarop zaterdags een grote markt
plaatsvindt, op woensdag een kleinere met meer dagelijkse producten.
Wil je vanaf hier een iets kortere route kiezen, helemaal binnen de vroegere stadswallen?
Sla dan aan het eind van de Gelderse Poort direct rechtsaf, het Monseigneur Nolenspark op. Na het volgende kruispunt wordt Nolens vervangen door een andere monseigneur, Boermans. Ga verder rechtdoor tot je ter hoogte van de Wilhelminastraat (aan je linkerhand) rechts het Rozarium met zijn vijver ziet en ga dat park binnen. Klik hier om direct naar die route over te springen.
SLOOP VESTINGWERKEN
Als in 1867 de Nederlandse regering besluit dat de vestingwerken rond de steden niet langer nodig zijn, wordt stedenbouwkundige Frits van Gendt benoemd tot Ingenieur der Domeinen. Hij maakt meteen plannen voor de ontmanteling in tal van steden.
Venlo hoort samen met Maastricht, Bergen op Zoom en Coevorden tot de eerste ontmantelingen, die al in december 1867 van start gaan. Na de sloop van de Venlose vesting nabij de vroegere Gelderse Poort tekent Frits van Gendt meteen ook plannen voor een geheel nieuwe wijk.
MONSEIGNEUR NOLENSPLEIN
Tot ver in de 19de eeuw stond hier dus de middel-eeuwse Helpoort of Gelderse Poort. Na de sloop kwam er een gasfabriek, waardoor oudere Venlonaren soms spreken over het ‘Gaasplein’. Rondom het plein verrezen statige panden en chique etablissementen. Nu ligt onder een deel van het plein een parkeergarage.
STANDBEELD W.H.NOLENS rechterzijde Nolensplein.
De op 7 september 1860 in Venlo geboren Wiel (Wilhelmus Hubertus) Nolens was een priester-staatsman die grote invloed had op de nationale politiek van begin 20ste eeuw. Hij doceerde sociale wetenschappen aan de Amsterdamse universiteit, was in 1904 medeoprichter van de Roomsch-Katholieke Staatspartij en in 1910 politiek leider van de katho-lieken in de Tweede Kamer.
Nolens ijverde voor betere werkomstandigheden voor de Limburgse mijnwerkers en was voorzitter van de Mijnraad vanaf 1913 tot zijn dood op 27 augustus 1931 in Den Haag.
De nacht voor zijn begrafenis waren alle Venlose straatlantaarns afgedekt. Die begrafenis veroorzaakte in Venlo een ware volkstoeloop. Zijn kist werd door mijnwerkers gedragen.
Hier staat Wiel sinds oktober 1953, gestalte gegeven
door Charles Vos. Nolens was wel priester, maar is nooit bisschop geweest. De aanspreekvorm Monseigneur wordt ook gebruikt voor geestelijken met een bijzondere betekenis voor de Kerk.
Klik voor deel 4
Foto’s Danielle Janssens – Tekst Frits Schetsken
Opmerkingen, verbeteringen of aanvullingen zijn zeker welkom via mail of schriftelijk:
frits.schetsken@telenet.be / Frits Schetsken, Everdijstraat 5 bus 3, B-2000 Antwerpen, België.